Column Pastoor

De maat die gij gebruikt zal men voor u gebruiken.
In de goede dagen van de boeren trof men elkaar op veemarkten. Dat fenomeen is schaars tot onmogelijk geworden. Na afloop trof men elkaar in het café om een borrel of glas bier te drinken. En naarmate de verkoop geslaagd was, dronk men iets meer. En men wisselde ervaringen uit.
“Ik hei vandaag tien kuuie gekocht” zei er een glimmend van trots. “Oh”, zei de ander, “dan hedde ge wel e flinke boerderie.” “Ja widde ge, ik hub veel land. As ik ’s mergens in mien auto wegrie van het oostelijk eind, dan bin ik pas teuge de zonsundergeng an het westelijk eind.” “Zoe‘ne auto heb ik ook es gehad…Proost!”

Ieder leeft toch vaak in zijn of haar eigen wereld. Wat voor de één geweldig is, is voor de ander peanuts. Wat het hart vervult, is voor de ander kinderachtig. Waar we ons vertrouwen aan geven, is voor de ander een groot vraagteken.
Waar iemand van wakker ligt, stapt een ander makkelijk overheen. Wat iemand hoop geeft op toekomst, ervaart de ander als bedreigend. Waar iemands hart helemaal voor slaat, doet een ander af als belachelijk. Mensen zitten nu eenmaal verschillend in elkaar. Ze denken anders, reageren anders, communiceren anders. Dat maakt samenwerken leuk én lastig. Leuk omdat je elkaar aanvult, lastig omdat de verschillen kunnen polariseren. 
“Oordeelt niet”… Wat zou de reden zijn dat Jezus Christus in Zijn evangelie ons aanspoort
niet te oordelen? (Mt.7,2).

Dat moet toch een goede reden hebben. Ik vermoed dat oordelen een zwaardere operatie is dan we denken. Het leidt snel naar veroordelen. En dat staat gelijk met een vonnis vellen. Een soort rechterlijke uitspraak dus. Vellen is het causatief van vallen; dat betekent dus ‘doen vallen’. Zoals we bomen vellen, zo vellen we de mensen waarover we oordelen. Dit oordelen hoeven we niet te leren. Dat kunnen we zodra we tot de jaren van het verstand gekomen zijn en aan het denken zijn geslagen. Direct als we iets waarnemen, bijna zonder overleg, hebben we vaak ons oordeel klaar. We hoeven er geen moeite voor te doen. We moeten ons eerder weerhouden om níet te oordelen. 

Ons denken is soms gewoon een slagveld, zonder overwinnaar. Zo kun je als mens boos zijn op een ander. In de trant van: dat vergeef ik hem/haar nooit. Iemand kan dat dag in dag uit en in de nachtelijke uren waarin je zou moeten slapen en rusten, koesteren. Wie lijdt daar onder? Die ander? Een mens die dit gif koestert heeft alleen zichzelf ermee.
Een ander struikelblok kan zeker ook het vergelijken zijn. Wanneer we onszelf vergelijken met anderen, vinden we dat anderen mooier, slimmer, beter, volwassener zijn dan wijzelf. Dit zegt natuurlijk veel meer over jezelf dan over de ander. Jij bent degene die vindt dat je zelf minder mooi, minder slim of wat dan ook bent. Of we vergelijken onszelf met mensen die het slechter hebben dan wij, waardoor we een beter gevoel over onszelf krijgen. Het is een soort van bescherming van je zelfbeeld.

Voor wie met God leeft (wil leren leven), is de zin van toepassing van de apostel Paulus (Fil. 4,19): “Mijn God zal uit de overvloed van Zijn Majesteit elk tekort aanvullen, door Christus Jezus.”

Zo zijn onze manieren.

Een buutreedner vertelde over zijn broer. Dat was altijd toch een hele aparte in de familie. “Was ík al snel verzot op al die soorten bier, onze Johnny was gek met elk dier. Hij kreeg het voor elkaar om vaak brood mee naar het toilet te nemen… Weet u waarom? Nee? Gewoon, hij moest en zou de W.C. eend voeren.” De slagzin ’Wij van WC Eend adviseren WC Eend’, foto wc eend van www.facebook.combedacht in 1989, verwierf grote populariteit. Het ging na de reclamecampagne een eigen leven leiden als uitdrukking die gebruikt wordt wanneer een deskundige advies geeft dat in overeenstemming ligt met zijn eigenbelang. Tegenover eigenbelang staan: onbaatzuchtigheid, het belang van anderen èn het algemeen belang.

Een poosje geleden zag het boek ‘Strategisch gedrag in netwerken’ het daglicht. Zulk gedrag, aldus de auteur, kun je zien als handig gedrag van bestuurders, politici of wie dan ook, die daar niet per se mee te koop willen lopen. Het is gedrag dat hun eigenbelang dient, en waarvan men weet dat het de belangen van anderen mogelijk schaadt. Het gedrag wordt doelbewust ingezet en zal zo veel mogelijk gecamoufleerd worden, omdat niet iedereen dergelijk gedrag waardeert. Zulk gedrag komt overal en op alle niveaus voor en is vaak nodig om iets voor elkaar te krijgen. Baby’s beheersen het al, het werd hun niet onderwezen, maar het zit kennelijk diep in de mens. Liggen ze lekker in hun bedje en genieten de ouders van een rustige avond: de kleine blijft krijsen en schreeuwen… totdat het weer in de kamer in de armen van een ouder ligt. Zeg maar: een schreeuw om aandacht.

Van een heel ander kaliber was het volgende.De geallieerden hebben de Duitsers verslagen met gedrag dat je als misleiding kan zien.  De Britten hadden bij Dover een nep-dorp gebouwd waar vrouwen en bejaarden met militaire voertuigen rond reden, om Hitler te doen geloven dat de invasie vanuit daar zou beginnen. Het is duidelijk en onomstreden dat deze misleiding een goed doel heeft gediend en dat dit prijzenswaardig gedrag is geweest van de geallieerden, maar het is strategisch gedrag. 

Wie winkelt in de super zal regelmatig moeten gaan zoeken waar een artikel van hun gading ligt. Want opeens ligt het in een andere rij, of hoger of lager. Alles wat voor kinderen aantrekkelijk is of kan zijn, ligt op hun oog- en grijp-hoogte. Eén van mijn onderwijzers basisschool beloofde ons een moppen-kwartiertje als we stil waren en stinkend ons best deden… Het werkte echt hoor!

En we komen het overal tegen. In alle geledingen van de maatschappij: vlijen, gouden bergen beloven, angst voeden, verleiden, misleiden, negeren, spottend  te kijk zetten, iets of iemand als belachelijk voorstellen, prijzen, iets of iemand als ouderwets bestempelen of met een stalen gezicht liegen. Strategie, het blijft een kwestie van smaak. Wat de één een smerige truc noemt, zal de ander een goede vondst vinden. Als we alles eens wisten… In hoofdstuk 12 van het Lukas evangelie zegt Jezus in wie geen kwaad aanwezig is: “Er is niets bedekt, of het zal geopenbaard worden, en verborgen, of het zal bekend worden”. En dat alles onder het kopje: ‘Weest niet bang.’ Er is zeker heel veel dat ons ongerust kan maken gaande. Op het wereldtoneel, maar ook in vele dagelijkse beslommeringen. Mensen piekeren, redeneren zich ziek,  zijn vol zorgen. Barend Servet (sorrie als u jong bent en ik met iemand uit de oude doos kom) zong het al in 1972: “Waar moet dat heen, hoe zal dat gaan? Waar komt die rotzooi toch vandaan? Wat moeten wij met ons bestaan? De wereld is nog niet vergaan. Och, zal de mensheid ooit eens leren, te leven zonder bruut geweld? Zullen we dan ooit waarderen wat onze Schepper heeft besteld?” Zou schelen als meer mensen meer inzicht kregen in inhoud en het waarom van de zending van Christus.

Vriendelijke groet, past. Th.v. Galen.

Over positief en negatief, zoet en zuur.

Een toerist: “Hoe komt het toch dat ze hier, in zo’n grote stad, maar zo’n kleine kerk hebben? Dat gaat er bij mij niet in.. !” Stadsbewoner: “Heel eenvoudig … omdat als alle mensen erin gingen, ze er niet allemaal ingingen, maar omdat ze er niet allemaal heen gaan, gaan ze er allemaal in. Geen zoet, zonder zuur. Dat is vaak in het bereiden van maaltijden, omdat het ook in het leven niet anders is. Mooie gebeurtenissen kosten meestal ook moeite. We kunnen vaak niet genieten zonder dat er enige inspanning of opoffering mee gemoeid was. Omgedraaid is ook waar!  Elke negatieve ervaring kent ook (vroeg of laat) een goede kant. Dat klinkt toch al veel positiever? Waarom direct iets moois koppelen aan iets negatiefs als andersom, iets positiefs ervaren bij een vervelend iets, zoveel meer energie kan geven? Op momenten dat het leven (even) niet meezit, kan een mens snel in de put gaan zitten. Dan lijkt het of er alleen nog maar nare dingen gebeuren. Het ene vervelende incident trekt het andere aan, zo lijkt het soms. En dat is ook zo. Want als je een aantal tegenslagen in het leven ervaart, is het maar wat makkelijk om met je gedachten en gevoelens in een neerwaartse spiraal terecht te komen. Voor je het weet kan er helemaal niets meer goed gaan, is alles stom, lelijk en rot. Het kan heel moeilijk zijn om juist dan je aandacht te richten op een lichtpuntje. Zolang we enkel de negatieve zaken in ons leven zien, zullen we ook enkel aan de negatieve zaken aandacht, tijd en energie besteden. En we weten allemaal wat er gebeurt met zaken waar we aandacht, tijd en energie aan besteden…die groeien. Want: een tak die niet meebuigt in de wind, zal eerder breken. Er zijn mensen die deze positieve blik welhaast van nature hebben. Zo ook zijn er altijd mensen die eerst beginnen met knotteren. Eén telefoontje met een vraag of opmerking zorgt voor onweerswolken en donderslagen. Ze stappen of glijden (mogelijk zelf onbewust van de zure houding) in de aanvalshouding of verdediging. ‘De ander is gek’. Wie zuur te drinken krijgt, trekt toch meestal een vies gezicht? En dan vindt iemand die daarvoor zorgt, met al dat gemopper en boosheid, het vreemd dat anderen zich liever gaan distantiëren. Positieve kant: ze nodigen iemand stevig uit tot liefdevolle verdraagzaamheid. Eenvoudig is dat laatste echter niet. Nu kerken alsmaar leger worden, we de voeding met het woord van God ons niet eigen maken, en de Schrift thuis niet tot nauwelijks gelezen wordt, mist men ook de wijsheid welke ons daarin wordt aangereikt. Wat dacht u in deze context van de zin in de brief van Paulus aan de Christenen van Korinthe (1 Kor, 13,4-7): “De liefde is lankmoedig en goedertieren; de liefde is niet afgunstig, zij praalt niet, zij beeldt zich niets in. Zij geeft niet om de schone schijn, zij zoekt zichzelf niet, zij laat zich niet kwaad maken en rekent het kwade niet aan. Zij verheugt zich niet over onrecht, maar vindt haar vreugde in de waarheid.  Alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles duldt zij.” Om te sluiten met het woord van Jezus: “Zalig zij, die het woord van God horen…en ernaar handelen “(Luk. 11,18). En wie zoekt niet de zaligheid van het leven op? Knotterpotten lukt dat waarschijnlijk niet … vaak niet. 

Doelgericht zijn maak vele lasten licht.
Een jongetje, Rudi, is nieuw in de klas. Om vriendjes te maken neemt hij een klasgenootje mee om het huis te
laten zien. “ Kijk, daar woon ik! En het wordt binnen kort nog véél groter!” klinkt het trots. “Hoe kan dat nu?”
zegt de ander. “Mijn pappa zegt, dat er spoedig nog een tweede hypotheek op komt.”
Toen ik dit las, gingen mijn gedachten uit naar de lagere school, zoals dat genoemd werd. Bij tijd en wijle kreeg
je wel eens de vraag: Wat wil je later worden? De precieze antwoorden weet ik niet meer, maar wel herinner ik
me dat er vaak werd gekeken naar beroepen met eer en aanzien. Niemand zei dat hij in de groenvoorziening
van de gemeente wilde gaan werken. Om maar iets te noemen. We wisten wel meestal wat
‘goed verdiende’ en aanzien genoot. En dan kwam er uit onze monden, hetgeen we ook doen
wanneer we iets lekkers op tafel gezet kregen en we zelf mochten opscheppen…we schepten
dan het liefst véél op. Wanneer je dan een reünie hebt gehad, na zoveel jaren geheel uit beeld
te zijn geweest, besef je dat in de werkelijkheid voor velen het toch niet altijd mogelijk was die kinderdroom te
verwezenlijken.

Maar mag en moet een mens ook niet toch soms dromen? We kennen mogelijk het lied “Dromen zijn bedrog”,
maar velen kennen nog de in de speech van Martin Luther King: “I have a dream.” We hebben allemaal weleens,
denk ik, van de meest primitieve tot de meest uitgebreide dromen in ons leven gehad. Dergelijke mentale
constructies dienen om ons dagelijks leven te ondersteunen en zo een grotere betekenis aan ons bestaan te
geven. We kunnen niet zeggen dat dromen net zo belangrijk zijn als ademhalen, maar een persoon die in niets
gelooft, die geen verlangen en doelen heeft, heeft een ernstig probleem in zijn leven en moet misschien actie
ondernemen. Veel mensen twijfelen aan het belang van dromen. “Waarom dromen? Als ik mijn droom niet
waar kan maken, zal ik mezelf alleen maar frustreren”, is een veel voorkomende uitdrukking voor diegenen die
liever een leven leiden zonder doelen en doelstellingen.

Kent u de grote dromer van het Oude Testament? Dat was Jozef, zoon van Jakob. Onbevangen vertelde hij zijn
dromen aan de 11 broers. Die daarop spottend reageerden met: “En jij denkt zeker dat je nog eens onze Koning
wordt en wij voor je moeten buigen?” Zijn lotgevallen moet u zelf maar lezen. Maar hij ging door diepe, diepe
dalen, waarbij elk uitzicht op toekomst en leven makkelijk het had kunnen winnen op hoop en verwachting. Eén
ding kenmerkte Jozef: hij bleef in alles zichzelf en vertrouwde op Jahwe. Kent u de afloop niet? Hij werd koning,
onderkoning van Egypte en redde zijn stam en legde het fundament van het Godsvolk. Hij had redenen te over
gehad om te wanhopen, om gekke dingen te doen, om op te geven. Maar zelfs in de gevangenis waar hij
onterecht geraakte, ervoer hij hoe God hem leidde. Dromen komen we ook tegen bij sommige mannen en
vrouwen die we ‘heiligen’ noemen. Zelf put ik altijd weer moed, kracht en energie uit de dromen van Johannes
Bosco, een priester uit de 19de eeuw. Dromen die betrekking hadden op zijn leven kwamen allemaal uit. En hij
voorspelde ook hoe het met zijn volgelingen zou gaan in de 2 eeuwen na zijn dood. Hij liet weten gezien te
hebben dat 100 jaar na zijn sterven ( 1888) zijn gemeenschap heel zwak en gezonken zou mogen worden
genoemd. Maar dat weer 100 jaar later, deze groep religieuzen enorm zou zijn, hetgeen niet anders kan dat dat
we op weg zijn naar een bloeiende kerkgemeenschap. De stormen welke de kerk zouden gaan teisteren en het
schip dat de kerk heet te zijn zou ernstige averij oplopen, vooral doordat uit eigen gelederen tegen haar zou
vechten. Maar het schip dat de kerk symboliseert zou een veilige haven binnen varen. Een haven welke herkend
werd op grote afstand doordat 2 grote zuilen uit de zee oprezen!. Op de ene zuil stond een Maria beeld, op de
andere het H. Sacrament. Zou de Meerssense Basiliek een opstapje kunnen worden? U bent genodigd om
‘binnen’ te varen. Mijn droom is dat mensen weer leren aanleggen, op zondag maar ook voor de mis op de
weekdagen.

Wie wil zich niet (graag) rijk rekenen?
In de jaren 90 vorige eeuw stond er een berichtje in een krant over een man die een aantal auto’s
beschadigd had. Hij werd veroordeeld tot twee maanden zitten. Hij ging echter in hoger beroep want
hij vond de straf te laag. Hij, een zwerver zonder vast adres, had er namelijk op gerekend minstens een
half jaar te krijgen want dan zat hij in de winter tenminste warm. Maar nu, met twee maanden, kwam
hij vroeg in de winter weer vrij en moest hij weer de kou in. Op vragen van een journalist antwoordde
hij: ik vind dat ik recht heb op een half jaar, dat heb ik verdiend.

Omgekeerd bestaat dat ook. Waarmensen in aanzien staan, en zich naast eer en egards met veel geld omgeven weten, is het niet eenvoudig om niet met het maken keuzen, wetten en voorschriften zó te
spelen, dat ze er zelf financieel alsmaar beter van worden. Ten koste van anderen.
Ze stellen zich ongenaakbaar op en de kleine of gewone man heeft het nazien.
Waar God zich klein maakte in Jezus zijn zoon, spelen zij voor goden, niet in dienst
van de mens en de mensheid, maar ten koste van de mens. Deze ‘kleine mens’
wordt langs links of rechts monddood gemaakt terwijl er sprake van blijft dat we leven in een democratie.
 Het kan zijn dat menigeen dit spel om de knikkers niet ziet, omdat we er eigenlijk allemaal mee te
maken hebben.  Zo lezen we dat bij de supermarkten waar de zelfscanbalie steeds meer aangeboden
wordt, stevig verlies wordt geleden. Mensen ‘vergeten’ producten te scannen. Daar komen ze mee
weg. De exploitant bezuinigt daardoor wel op personeel, maar lijdt verlies. Nu dit bekend wordt gaat
men het verlies omslaan op…de betalende klant. Deze betaalt dus voor de dieven.


 U kent mogelijk het Schriftwoord: ‘Ge kunt niet God dienen èn de mammon’. De mammon is een
afgod, bekend uit de Bijbel. Het woord mammon is Aramees voor geld of rijkdom, waarbij vaak gold
dat die rijkdom als een god vereerd werd. Het woord mammon komt vier keer in de Bijbel voor. In de
Willibrordvertaling is het vertaald als geldduivel. In Matteüs 6:24 en Lucas 16:13 lijkt Jezus mammon
te zien als een kwade kracht waar je slaaf van kunt worden, of zelfs als een god die je kunt dienen:
‘Geen enkele knecht kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal
juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen èn de mammon.’
In Lucas 16:9-11 gaat het over de valse mammon. De mammon wordt ‘vals’ genoemd, omdat bezit en
geld vaak op een onrechtvaardige manier verkregen worden. Maar Jezus moedigt zijn leerlingen aan
om geld juist te gebruiken om anderen lief te hebben, en op die manier God te dienen.
Kent u de vertelling uit de mond van Jezus over de barmhartige Samaritaan? Deze zag de gewonde
mens die door rovers was overvallen en beroofd. Waar de gevestigde orde er in een grote boog
omheen liep, nam de in de ogen van de hoorders verketterde Samariataan wel het heft in handen om de
arme rijkelijk te helpen. Ons geloof nodigt juist uit om niet te graaien maar om te aaien d.w.z. dat we
goed moeten doen ten bate van de naaste. We kunnen ons begrijpelijk angstig afvragen wanneer de
armoedegrens nog steeds meer mensen gaat raken. Maar zolang we niet zien dat de mammon stevig
aan het woord is, zullen we er zelf onnadenkend in meebewegen, blind en doof als we geworden zijn.
Godsdienst is niet iets voor vrome lieden maar voor mensen die bouwen aan een rijk van
gerechtigheid, waarheid en liefde voor de naaste. Zeker voor de kleine, onmondig gemaakte mens. Om
te eindigen met een zin van de apostel Petrus: “De duivel gaat rond als een brullende leeuw, zoekende
wie hij kan verslinden.” Daarom adviseert Petrus:  “Wees nuchter en waakzaam.”

Niet alleen zwarte
roetwolken spelen supporters parten bij voetbalwedstrijden op het hoge niveau. Daarom koos ik als
thema voor het octaaf 2023:  ‘Heb je even voor Mij’. Jezus kan ons leren om met onderscheid te leven
en luisteren en te zien. Vriendelijke groet, past. Th. v. Galen

Over mis, misschien en misleiding.

Er is een grote verhuizing bij een ministerie van gezondheid. Alle ambtenaren dragen steeds
twee ordners naar het nieuwe kantoor. Alleen een man, genaamd Fred, draagt er telkens maar
één. Als zijn chef hem ziet tikt hij hem op de vingers. Als antwoord krijgt hij te horen: “Wat
kan ik eraan doen, als alle anderen te lui zijn om twee keer te lopen.”
Uit de pen van de pastoor dacht iemand mogelijk dat ik over de Heilige Mis iets wilde
schrijven waar het qua bezoekers misschien op veel plaatsen sombert. Echter: ik wil  het
hebben over hoe verkeerd iets kan worden begrepen als de misleiding in beeld komt. Een
kennis sprak me aan over een bekende die bevriend is met Portimão, Portugal.  Het stadje is
bekend om zijn prachtige uitgestrekte zandstranden met kalm en warm water. Het is dan ook
een heel verleidelijke vakantiebestemming.

Portimão is van oudsher een vissersstadje dat een
grote bloei kende in de 19e en 20ste eeuw met de opkomst van de conservenindustrie en het
toerisme. Uit die periode dateert een groot deel van de gebouwen die u tijdens een wandeling
door de straten van het historisch centrum kunt bewonderen. Tijdens een nieuwsuitzending
van RTL kwam er een foto in beeld waarop duidelijk zichtbaar was dat het waterpeil heel laag
stond. Als commentaar werd verteld dat dit de gevolgen zijn van de grote droogte aldaar. De
genoemde man wist niet wat hij zag en hoorde! Het getoonde beeld van de lage waterstand
kwam louter en alleen omdat de opname gemaakt was tijdens eb….Een kennis was een maand
in Zuid-Frankrijk op vakantie geweest onlangs. Op de vraag hoe zijn tijd was geweest, klonk
enige teleurstelling. Alleen maar regen en nog eens regen… slechts één dag was het echt
droog. En ja hoor, u raadt het al: officieel werd in ons nieuws aangegeven dat door de droogte
in die streek waar hij verbleef de oogst dreigt te mislukken…Ambtenarenmoppen zijn niet
nieuw. Zoals een burgemeester eens de vraag ontving “Hoeveel mensen werken er bij u in het
gemeentehuis?” en het antwoord meteen luidde: “Ik denk de helft.”

Nu we met de app ‘google lens’ foto-herkenning kunnen loslaten op foto’s van publicaties in kranten en andere
media, blijkt dat ‘recente opnamen’ soms al jaren in het archief zaten. Deze oude opnames
kunnen goed van pas komen in een artikel om ons iets te kunnen zeggen … dat echter ons op
een verkeerd been zet. Wat je ziet, is iets dat elders al soms jaren geleden plaatsvond..
Men pleegt te zeggen: je moet je hart volgen – als het goed voelt, dan is het goed. Maar dat is
misleiding, want we moeten niet vertrouwen op wat ons hart ons zegt. Ons hart is niet
betrouwbaar waar het er om gaat de waarheid te leren kennen. ‘Wie op zijn hart vertrouwt, die
is een dwaas’ (Spreuken 28:26) en ‘Arglistig is het hart…’ (Jeremia 17:9).


Omdat Jezus Zijn kinderen zo liefheeft, waarschuwt Hij hen voor misleiding. Nu is er geen
enkele andere manier om aan misleiding te ontsnappen dan het kennen en toepassen van de
waarheid van Zijn Woord. In Johannes 17:17 bidt Jezus tot de Vader en zegt: ‘Uw woord is
de waarheid’. Het betekent dat we op zoek moeten gaan naar de waarheid. Klopt het wat
iemand zegt? Horen we niet vaak zeggen dat ieder zijn eigen waarheid heeft? Wij achten
onszelf meestal betrouwbaar. God zegt dat er maar één waarheid is: zijn Woord dat
betrouwbaar is. Daaraan kunnen we onze daden en gedachten toetsen. De Bijbel heeft een
opmerkelijke uitspraak over ‘onze eigen waarheid’, ons hart. ”Niets is zo onbetrouwbaar als
het hart, onverbeterlijk is het, wie zal het kennen? Ik, de Heer, ben het die het hart
doorgrondt” (de profeet Jer. 17:9,10). Toen ik student middelbare school was (dat is toch eind
jaren ‘60 geweest vorige eeuw), werd ik gewaarschuwd om van een klasgenoot niets aan te
pakken waaraan de belofte zat: ‘Als je dit inneemt krijgt je een heerlijk ontspannen gevoel’ of
iets in ie trant. Mijn klasgenoot kwam vaak niet meer op school op maandag … vanwege dat
tabletje. Goddank had mijn vader me gewaarschuwd, vanuit zijn vak, voor drugs…


Misleiding is van alle eeuwen. Maar er oog en oor voor krijgen is niet eenvoudig. Ook maakt
het je wel eens eenzaam, door het onbegrip van mensen die het anders zien. Hoe knap misleiding kan zijn, vertellen en tonen ons illusionisten als Hans Klok en David Copperfield.
Je staat erbij, je ziet alles, maar wat je ziet kan niet, en toch gebeurt het. Maar ze komen er
dan ook voor uit dat ze ons op een verkeerd been weten te zetten.
Zakkenrollers passen afleiding toe, om hun trucje te kunnen doen. Moest aan die laatste zin
denken toen ik artikeltje las dat ook mensen met een zogezegd ‘beter’ inkomen  voelen dat er
een grens is gekomen waarop het geld door alle maatregelen ‘uit hun zak rolt’ en ze
aankloppen voor hulp. Zoals ik el eens vaker in de kerk zeg: stof tot nadenken.